Alles over VCA*

VCA staat voor “Veiligheid, Gezondheid, Milieu Checklist Aannemers” en dient als basis voor een veiligheidsbeheerssysteem. VCA is een norm. Het geeft een basis voor het voeren van een gestructureerd beleid, gericht op continue verbetering van VGM (veiligheid-gezondheid-milieu) en het reduceren van ongevallen, incidenten, materiële en milieuschade.

 

VCA is bedoeld voor aannemersbedrijven die operationele (risicovolle) werkzaamheden uitvoeren bij opdrachtgevers, bijvoorbeeld in fabrieken, installaties, werkplaatsen en op projectlocaties.

 

De VGM-prestaties van aannemers zijn onder andere gebaseerd op een goed functionerend VGM-beheerssysteem. De VCA heeft betrekking op het VGM-beheers-systeem van het bedrijf ten behoeve van de eigen medewerkers, de tijdelijke medewerkers en de medewerkers van de onderaannemers.

 

VCA stelt een aantal eisen aan het bedrijf. De VCA-normeisen zijn vastgelegd in hoofdstukken.

 

Implementatie van het VCA-veiligheidsbeheerssysteem houdt in dat in de praktijk wordt voldaan aan de VCA-normeisen. De maatregelen en acties van de VCA-hoofdstukken worden vastgelegd in een VGM-handboek. Bij de start van de VCA-bedrijfscertificering en vervolgens jaarlijks wordt, door een externe certificerings-instelling, getoetst of uitvoerend aan de VCA-normeisen is voldaan.

 

Hoe wordt er met VCA* gewerkt?

 

Een korte uitleg van de norminhoud van het VGM-handboek volgt hieronder. Op hoofdaannemers is het VCA** systeem van toepassing en op onderaannemers het VCA* systeem. Niet beschreven hoofdstukken zijn hoofdstuk 5 en 10, deze zijn niet van toepassing op VCA*.

 

Hoofdstuk 1 – VGM-beleid en -organisatie, betrokkenheid van de directie

 

In de VGM-beleidsverklaring wordt de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid ten aanzien van de veiligheids-, gezondheids- en milieuzaken van de directie weergegeven. De directie waarborgt optimale uitvoering van het VGM-beleid waarbij voor alle (leidinggevende) medewerkers binnen het bedrijf duidelijk is wat er van hen wordt verwacht op het gebied van VGM. De VGM-beleidsverklaring wordt verstrekt aan alle medewerkers en is opgenomen in het VGM-handboek.

 

De directie stelt een VGM-functionaris aan die bij de dagelijkse gang van zaken de VGM-aspecten binnen het bedrijf coördineert en waarborgt. Deze VGM-functionaris is opgenomen in het organisatieschema.

 

Hoofdstuk 2 – VGM-risicobeheer

 

De risico’s van alle gangbare operationele activiteiten van het bedrijf zijn vastgelegd in de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E). Van de verschillende functiegroepen binnen het bedrijf zijn functierisicoanalyses aanwezig in het RI&E rapport, dat is opgenomen in het VGM-handboek.

 

Voor het vaststellen en beheersen van de VGM-risico’s van door het bedrijf uit te voeren werkzaamheden in een specifieke situatie of omgeving (werkplek), met niet-gangbare of waarin wordt afgeweken van de standaard werkmethodes wordt, samen met de betrokken operationele medewerkers, een taakrisicoanalyse (TRA) opgesteld.

 

De operationele medewerkers beschikken over een Laatste Minuut Risico Analyse. De LMRA is een eenvoudig middel waarmee bij aanvang van de werkzaamheden een laatste check kan worden uitgevoerd op de veiligheids-, gezondheids- en milieuaspecten. Het doel van de LMRA is het identificeren van de gevaren op de eigen werkplek en het voorkomen van risico’s en gevaarlijke omstandigheden die tot een incident kunnen leiden. De LMRA wordt door de operationele medewerker zelf uitgevoerd. Naast alle genomen maatregelen op de werkplek is de operationele medewerker uiteindelijk zelf het beste in staat om over zijn/haar eigen veiligheid en gezondheid te waken en een ongeval te voorkomen. Een LMRA is dus een proactief hulpmiddel om incidenten te voorkomen.

 

Hoofdstuk 3 – Opleiding, voorlichting en instructie

 

Voor de veiligheid van alle operationele medewerkers is het van belang dat zij de juiste vakkennis en -kunde hebben. Hiervoor zijn interne functie-eisen opgesteld. Een overzicht waarin per functie de eisen worden gesteld met betrekking tot vakopleiding en ervaring zijn opgenomen in het VGM-handboek.

 

Van iedere medewerker wordt een personeelsdossier bijgehouden waarin de vakopleidings- en ervaringseisen die bij de functie horen zijn opgenomen (diploma’s en certificaten). Operationele medewerkers beschikken (minimaal) over het Basisveiligheid VCA (B-VCA) diploma. Leidinggevenden over het diploma Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden (VOL-VCA).

 

Alle medewerkers hebben kennis van de VGM-regels en voorschriften, alsook van de VGM-instructies voor aan hen opgedragen werkzaamheden in de omgeving waarin zij doorgaans werkzaam zijn. Deze VGM-regels, -voorschriften en -instructies zijn bedrijfsspecifiek vastgelegd.

 

Hoofdstuk 4 – VGM-overleg

 

Bevordering van motivatie voor VGM binnen het bedrijf wordt gerealiseerd door regulier overleg met VGM-onderwerpen op alle organisatieniveaus binnen het bedrijf. Dit VGM-overleg vindt minimaal 4x per jaar plaats. Medewerkers zijn in de gelegenheid zelf agendapunten aan te leveren. Van het overleg worden notulen gemaakt. In deze notulen is tevens de aanwezigheidsregistratie opgenomen. Van niet aanwezige medewerkers wordt de reden van ‘niet aanwezig’ opgenomen. De notulen worden gearchiveerd. Medewerkers ontvangen (digitaal) een exemplaar van de notulen.

 

Verspreid over het jaar vinden vier toolboxmeetings plaats met operationele (tijdelijke) medewerkers, waarin de navolgende zaken regelmatig worden besproken:
• relevante VGM-onderwerpen;
• wijzigingen in VGM-regels en voorschriften;
• relevante aandachtspunten uit onderzoeken van VGM-incidentenmeldingen en inspecties.

 

Doelstelling van het VGM-overleg en toolboxmeetings is om het VGM-bewustzijn en het VGM-gedrag van de medewerkers te bevorderen om ongevallen en VGM-incidenten te voorkomen.
Organiseert de opdrachtgever waarvoor de operationele (tijdelijke) medewerker werkt een VGM-overleg dan is de operationele (tijdelijke) medewerker verplicht dit overleg bij te wonen.

 

Hoofdstuk 6 – Voorbereiding op noodsituaties

 

Om in geval van nood op een georganiseerde en veilige manier de nodige acties te kunnen ondernemen dient de werkgever te beschikken over een procedure voor het melden, waarschuwen, alarmeren en ontruimen in geval van noodsituaties binnen het bedrijf en/op het terrein van de opdrachtgever. Deze procedure is bekend bij de operationele medewerkers. De nodige middelen op de werkplek of het project zijn in voldoende mate aanwezig en in functionele staat van onderhoud. Denk hierbij aan brandbestrijdings- en EHBO-middelen.

 

Hoofdstuk 7 – VGM-inspecties

 

Voor het in stand houden dan wel bevorderen van een veilige werkomgeving en werkwijze worden periodiek werkplekinspecties uitgevoerd. Het aantal uit te voeren werkplek-inspecties wordt bepaald in verhouding naar het aantal (kort durende) projecten /werkzaamheden op jaarbasis en rekening houdend met de risico’s.

 

Werkplekinspecties worden uitgevoerd door de VGM-functionaris, operationeel leidinggevenden en/of door operationele medewerkers, onder verantwoordelijkheid van een operationeel leidinggevende. De (operationele) directieleden nemen minimaal eenmaal per kwartaal deel aan een werkplekinspectie op een werklocatie.

 

Werkplekinspecties zijn gericht op het tijdig signaleren van afwijkingen in werkplek-condities en gedrag en handelingen van medewerkers, het treffen van verbeter-maatregelen en het voorkomen van ongevallen en VGM-incidenten.

 

Positieve bevindingen, geconstateerde afwijkingen, uit te voeren verbeteracties met actienemers en de bepaling van de tijdsduur voor de uitvoering worden opgenomen in een werkplekinspectie-verslag. Resultaten van werkplekinspecties worden periodiek in het VGM-overleg besproken.

 

Hoofdstuk 8 – Bedrijfsgezondheidszorg

 

Uitgangspunt is de inzet van medewerkers, die medisch geschikt zijn voor de uitoefening van hun functie en taken en bij tewerkstelling op specifieke werkplekken.

 

Functies en taken, waaraan gekoppeld eisen met betrekking tot medische geschiktheid en eventuele frequentie van onderzoek zijn opgenomen in het RI&E rapport.

 

Voor specifieke werkzaamheden waar medische geschiktheidseisen van toepassing zijn wordt een gekwalificeerd medische deskundige ingeschakeld.

 

Medewerkers worden, in overleg met de directie, in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan een Periodiek Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek (PAGO), of Preventief Medisch Onderzoek (PMO) en het spreekuur van de Arboarts te bezoeken.

 

Hoofdstuk 9 – Aanschaf en keuring van materialen, arbeidsmiddelen en PBM’s

 

De werkgever borgt dat er uitsluitend materialen, arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen worden aangeschaft die voldoen aan de VGM-eisen.

 

Enkele voorbeelden van arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die minimaal jaarlijks gekeurd moeten worden zijn o.a. : machines en elektrisch (hand)-gereedschap, hijs- en hefmiddelen, ladders, steigers en trappen, valbeveiliging, brandblusmiddelen en verbandtrommels.

 

Om voor iedereen duidelijk te maken of een bepaald arbeidsmiddel ook werkelijk goedgekeurd is, wordt dit voorzien van een sticker of een label, waarop staat aangegeven wanneer de keuring met goed gevolg heeft plaatsgevonden.

 

Hoofdstuk 11 – Melding, registratie en onderzoek van VGM-incidenten

 

Ondanks een goed preventiebeleid kunnen zo nu en dan toch ongevallen plaatsvinden. Alle ongevallen, (bijna) ongevallen en VGM-incidenten en incidenten van pesten, agressie, geweld, discriminatie en (seksuele) intimidatie dienen door iedere medewerker gemeld en geregistreerd te worden.

 

Hiervoor is een meldingsformulier beschikbaar. Op dit formulier dient aangegeven te worden wat er is gebeurd, hoe het heeft kunnen gebeuren en wat mogelijk gedaan kan worden om dit in de toekomst te voorkomen. (Bijna)ongevallen en incidenten, onveilige situaties en gevallen van pesten, agressie en geweld, discriminatie en seksuele intimidatie, dienen altijd gemeld te worden bij de opdrachtgever en de directie of de VGM-functionaris.